Intro
In artikels en op sites tref je louter nog verhalen aan over beklimmingen van behoorlijk extreme moeilijkheidsgraad. Boeiend om lezen maar geen spek voor de meesten onder ons hun bek. Misschien tijd om een story te brengen dat meer op maat is van de huis-, tuin- en keukenalpinist?

Elke Duitser moet ‘einmal im Leben’ op de Zugspitze staan. Voor de meesten betekent dit de kabelbaan nemen aan de Eibsee (D) of in Ehrwald (AT) om zo de obligate Gipfel-selfie op Duitslands hoogste punt te scoren. Voor de iets sportievere exemplaren bieden zich vier normaalroutes aan om hetzelfde doel te bereiken.
De makkelijkste weg loopt door het Reintal. Met uitzondering van het laatste stuk zijn er nauwelijks technische moeilijkheden te counteren. Op een afstand van 21 kilometer wachten je 2.300 hoogtemeters. Vanuit Oostenrijk (Ehrwald) richting Knorrhütte stoot je ook op het laatste stuk van de Reintalroute. Weliswaar 200 hoogtemeters minder af te leggen maar met 14 kilometer wel over een veel kortere afstand.
Naast beide lange wandelroutes is er ook aan ‘ferratisten’ gedacht; ook hier met een Oostenrijkse en een Duitse variant. Vanuit Ehrwald langs de Wiener-Neustädter Hütte over de ‘Stopselzieher’ (de kurkentrekker), een A/B via ferrata, tot op de top. Met onze – toen nog – ‘kleine kindjes’ hebben we deze stevige dagtocht járen geleden ondernomen. Iets ‘anspruchsvoller’ is de route langs het Höllental; een tocht met ongeveer 2.200 meter hoogteverschil en Klettersteigpassages B/C. Het overwinnen van de ‘Randkluft’ (overgang van de gletsjer naar de rots) vormt hierbij de laatste jaren het grootste obstakel. Deze Höllentalsteig is in de zomer vaak het décor van een slangenrij aan mensen die we ook kennen van Mont Blanc-, Matterhorn-, of zelfs Everest-beelden. Vrijwel dagelijks zijn reddingsacties nodig voor ‘toeristen’ die hier niet op hun plaats zijn.
Vier routes maar voor de zichzelf respecterende Duitse alpinist is het absolute highlight toch de ‘Jubiläumsgrat’.

Jubiläumsgrat
De eigenlijke ‘Jubiläumsgrat’ strekt zich uit van de Zugspitze tot in de Griesskarscharte. Doorgaans bedoelt men echter het volledige traject vanop de top tot aan de Osterfelderkopf, waar het bergstation van de Alpspitzbahn staat. Vanaf de Zugspitze loopt de graat over de drie toppen van de Höllentalspitzen, vervolgens de Vollkarspitze en tenslotte de overschrijding van de Alpspitze. Een graat met ongeveer 7 ½ km stap-, klauter- en klimmeters.
Enkele malen zijn we al op vakantie geweest in de regio van het Wettersteingebergte. Zonder dit als een absolute must te beschouwen leek deze graat me wel eens ‘leuk’ om te doen. Door allerlei omstandigheden bood de gelegenheid zich nog nooit aan. Tot…
Na enkele fijne zonnige fiets-, wandel-, en via ferrata-dagen in het Ötztal verblijf ik met Els nog drie dagen in Grainau (D). Op het terras van onze ‘Ferienwohnung’ met prachtig zicht op de graat suggereer ik voorzichtig: “Zeg, morgen is nog een mooie dag, wat als ik nu eens de Jubiläumsgrat ga doen?” Ik krijg geen ja maar ook geen neen en begrijp hieruit een ja…
Voor het avondeten leg ik alles klaar. Regenjas, E.H.B.O., bivakzak, lichte handschoenen, mutsje, gordeltje, helm, Klettersteigset, kaart… check,check,check. Toch maar een stuk touw van 30 meter wegstoppen? Voldoende water meenemen staat overal beschreven? Drie à vier liter? No way! En welke schoenen: mijn lichtere Scarpa-approach-schoenen of toch maar mijn (vrij nieuwe) La Sportiva Trango Pro D-schoenen?

Op internet zoek ik nog wat gegevens op. Het voordeel van het ‘World Wide Web’ is de enorme hoeveelheid info, evenwel ook het nadeel van datzelfde web. Enerzijds tref je interessante tips en uitgebreide tochtbeschijvingen aan. Anderzijds staat het vol van verhalen van mensen die de laatste lift niet hebben gehaald, van onderschatting, van reddingsacties al dan niet met helikopter…met soms dodelijke afloop. Tal van YouTube-filmpjes geven het beeld van constant dansen op een slappe koord waar links en rechts de diepe afgrond gaapt. Unisono luidt het in elk bericht en filmpje: “ Der Jubiläumsgrat ist KEIN Klettersteig ! “
Topotijden variëren van 6 ½ tot 8 uren voor ervaren klimmers en tot 10 en zelfs 12 uren voor mensen die iets minder vlot onderweg zijn. Als je denkt het niet te ‘schaffen’ in een aanvaardbare tijd wordt aangeraden om te overnachten in het Münchner Haus. Vanuit deze hut – net onder de top van de Zugspitze – kan je 1 ½ tot 2 ½ h vroeger starten dan de ‘eerste-lift-gebruikers’. Gidsen met minder ervaren klanten kiezen vaak voor deze optie.
De 7,5 km tussen start- en eindpunt bestaat grosso modo afwisselend uit 1/3 klim- en klauterterrein, 1/3 wandelen (T4 à T6) en 1/3 via ferrata. De ganse dag dien je de focus en concentratie te behouden want grote stukken, ook bij het ‘wandelen’ spelen zich af in ‘Absturzgelände’. De sleutelpassages zijn voornamelijk in het eerste gedeelte te vinden. De moeilijkste passages moeten overwonnen worden in dalende lijn… dus afklimmend.

De klimpassages zitten tussen II en maximaal III (-) , de via ferrata-stukken gaan tot niveau D. Als het niet té technisch is, weet ik uit ervaring dat in dergelijk terrein de topotijden vlot haalbaar zijn. Misschien wat optimistisch ga ik uit van hoogstens een uurtje of zeven. Van liftstation (Zugspitze) tot liftstation (Alpspitzbahn) heb ik deze periode van het jaar bijna 9 h ter beschikking. Moet toch lukken?
De beklimming
’s Morgens sta ik om 08h00 aan de Eibsee in de wachtrij voor de eerste lift. Verrassend dat hier al zoveel volk is. Outfit-gewijs lijken het me hoofdzakelijk toeristen. Van een 7-tal mensen heb ik het idee dat ze hetzelfde doel voor ogen hebben als ik. Verdorie… allemaal precies toch met iets lichter schoeisel dan mijn La Sportiva’s ;-).
De benen voelen wat zwaar aan. Twee dagen geleden een stevig bergloopje en gisteren een 5-tal uren op-en-neer met de MTB, (Els met een brede smile op een E-versie), is misschien toch niet de beste voorbereiding geweest? We zijn tenslotte geen 3 x 7 meer … zelfs geen 4, 5 ,6, 7, 8. Mijn smartphone zet ik in vliegtuigmodus. “Schat, ik ga echt geen bericht sturen voor elke heli die je overdag rond de graat hoort of ziet vliegen. Dat is hier dagelijkse kost. Vertrouw me maar.”
Vanaf het liftstation haast ik me een beetje om niet onmiddellijk van bij de start gehinderd te worden door langzame(re) klimmers. Iets voor mij tref ik een alpinist die verkeerdelijk iets te ver links zit. Het is soms wat zoeken naar het ideale traject. “Ah, sie kennen angeblich den besseren Weg?” “Na, nicht wirklich, ich bin zum ersten Mal hier“, antwoord ik.
Daar we er ongeveer hetzelfde tempo op nahouden zullen we quasi de ganse trip in elkaars buurt klimmen, klauteren en stappen. Nu eens stopt de éné voor een foto, een slok of een snelle hap… dan weer de andere. Zo nemen we afwisselend de leiding en slaan tussendoor een praatje. Mijn compagnon, René, blijkt een dertiger uit Vorarlberg (Dornbirn). Hij is aan het trainen voor een klimweek in de West-Alpen. Vanochtend zeer vroeg vertrokken in Ehrwald met lichte bepakking en op trailrun-schoenen heeft hij al de nodige hoogtemeters achter de rug.

Het éné na het andere duo – allemaal vroeg gestart vanuit het Münchner Haus – steken we voorbij. Hieronder ook twee gidsen met telkens een minder ervaren klant. Verbazend vind ik het toch steeds hoe deze professionals – in terrein waar zekeren verre van evident is – veilig en vlot de dromen van hun klanten werkelijkheid laten worden.
Tijdens onze tocht voelen we ons als in een ‘pac-man’-game; als we er ééntje hebben ingehaald zien we in de verte de volgende opdoemen. Sommigen vorderen zo traag en/of gebruiken onoordeelkundig een touw dat ik denk : “Pfff…dat wordt nog een zeer lange dag voor jullie!”
De zogenaamde sleutelpassages lijken mij alvast minder lastig dan beschreven. Er volgen later trouwens nog klimpassages die even moeilijk/makkelijk zijn. Het is veeleer de af en toe ‘brüchiger Wetterstein Fels’ en de oriëntatie die meer tot voorzichtigheid nopen dan de pure moeilijkheidsgraad.
Onderweg kijk ik maar één keer op mijn horloge. “Hier al bijna een uurtje sneller dan gepland… dan hoef ik me geen zorgen te maken”.
De meeste via ferrata-passages bevinden zich in de tweede helft van de beklimming. “Waarom hier wel een kabel en daar niet? Of vice versa.” Wie de Klettersteig-stukken aanvat volgens het handboek of zoals aangeleerd in een cursus kan best een bivakzak en extra proviand meezeulen.
Net voor de Grieskarscharte steken we de laatste persoon voorbij die vanochtend vroeg uit de hut vertrokken is. De Scharte is echter nog niet het eindpunt. De Alpspitze wacht nog op ons. De graatbeklimming op zich was vrij rustig… een tien à vijftien klimmers die we ingehaald hebben. De Alpspitze echter is behoorlijk druk te noemen. Een afdaling langs de ‘wandelkant’ is wellicht de snellere oplossing. Omdat we de volledige graatbeklimming willen afronden dalen we de via ferrata af richting Osterfelderkopf. Hier wordt het pas echt “crowded”. De Alpspitze vanaf de Alpspitzbahn is dan ook één van de meest populaire via ferrata’s (B) in de omgeving. Gelukkig is er bijna overal voldoende ruimte om naast de kabels af te klimmen en zo het opkomend verkeer niet de hinderen.

De vermoeidheid slaat wat toe bij mijn compagnon. Tweemaal maakt hij – zonder al te veel gevolgen – een kleine uitschuiver.
Uiteindelijk bereiken we zonder al te veel problemen het eindpunt. Voor de tweede keer kijk ik op mijn horloge: 5 uur en 20 minuten. “Bah…al bij al nog niet zo slecht van ‘Der Alte’ ”, feliciteer ik mezelf met de nodige zin voor zelfrelativering. Met wat minder vermoeide benen, wat minder bagage (touw overbodig, minstens een liter te veel drank meegenomen,) en wat lichtere schoenen lijkt me zelfs op mijn leeftijd en met mijn ‘medische beperkingen’ een tijd onder 5 uur niet onoverkomelijk.
Samen met René nuttig ik nog een ‘alhoholfreies Weizen und ein Apfelkuchen’ op het terras. Mijn compagnon de route neemt daarna de lift naar beneden. Zelf moet ik nog een uurtje op-en-neer over de Längenfelderkopf naar het Kreuzeckhaus waar ik met Els heb afgesproken.
Epiloog
Kan ik dit ook? Spontaan zeg ik dan: ”Natuurlijk, de Jubiläumsgrat is geen Eiger noordwand en ik ben verre van een klimwonder”. Zelf loop ik al wel vanaf mijn kleuterjaren in de bergen rond. In klauterterrein op de scheidingslijn (II / III) van wel of geen touw gebruiken voel ik me als een vis in het water. Snel ben ik al een tijdje niet meer maar voor mijn leeftijd meen ik nog wel redelijk vlot te zijn.
Woorden als ‘Tritsicherheit’ en ‘Schwindelfrei’ zijn voor deze graat gemaakt. Zelf zou ik daar ‘Konzentration’ en ‘Ausdauer’ aan toevoegen. En ik herhaal: “Der ‘Jubi’ ist kein Klettersteig!” Als je echter een prima conditie hebt en vlot touwvrij onderweg bent in II-graadsterein belet niets je om één van de mooiste hoogalpine graatbeklimmingen van de Oost-Alpen aan te vatten.

De overschrijding van de Sonnenspitze in Ehrwald is een prima voorbereiding om te wennen aan het touwvrij klauteren op niet altijd ‘bombenfeste’ kalk. De overschrijding van de drie Watzmann-toppen in Berchtesgaden lijkt mij eveneens een ideale oefentocht; ook een klassieker onder de graatbeklimmingen maar iets minder lang en iets makkelijker.

Wanneer we ’s avonds op ons terrasje genieten van het prachtige uitzicht lees ik op ‘the socials’ minder prettig nieuws. Op de middag (wellicht de tweede helikoptervlucht van de dag) is een bergbeklimmer op de graat, tussen de Mittleren en Äuseren Höllentalspitze, 400 meter gevallen. Dit nieuws is een domper op de feestvreugde.
Op basis van de beschrijving kan ik een gezicht kleven op het slachtoffer. ’s Ochtends sta je zij-aan-zij in de lift, dromend van eenzelfde avontuur, enkele uren later is iemand er niet meer. De bergen geven en nemen zeggen ze dan. Hoeveel ik ook van de bergen hou en van het klimmen geniet… ik vind geen enkele (klote)berg de moeite waard om je leven te laten. En dat geleuter van “hij is gestorven tijdens hetgeen hij het liefste deed” kan me gestolen worden. Nonsens… bergen dienen niet om in te sterven.